Wat zie je bleekjes. Is er iets?
Ach, ja: het geïsoleerde leven. Hebben meer gebleekte mensen last van. Geert Wilders bijvoorbeeld. Lees maar, uit de krant van 22 april jl.:

Ai. Heb ik vaker gezien, geloof ik.
Kan goed. We schreven er al eens over, in Beter 29. De fout leidt steevast tot reacties van lezers. Zoals ook over deze, van 26 april:

Sommige lezers zijn bereid daar dichterlijke vrijheid in te zien. Zoals lezer Jef Costenoble uit Oisterwijk schreef: ‘De verschrijving illustreert de vrees. Fout, maar toch mooi.’
Zijn er ook strengere lezers?
Zeker. Rien Wisse bijvoorbeeld, die zich afvraagt of er nog correctoren werken bij de Volkskrant. En wel hierom, uit de brief aan Amalia, afgelopen zaterdag in Vonk:

Wat te doen?
Het Stijlboek er nog eens op naslaan. Pagina 58 vermeldt een mooi rijtje ‘probleemgevallen’ met ei/ij. Waaronder het beruchte leiden en lijden: ‘Een leven leiden. Pijn lijden, verlies lijden. Dat lijdt geen twijfel.’
We citeren nog een paar klassiekers. Ze klinken logisch, maar toch gaat het vaak fout in de krant.
Allerijl, allerlei: de omgeving werd in allerijl afgezet. Het is: allerlei.
Beits
Bereiden, berijden: een maaltijd bereiden. Een paard berijden.
Breien, brij: een trui breien. Een brij van woorden.
Eiken, ijken: een eiken kloostertafel. Het ijken van gewichten.
Geijkt: een geijkt patroon.
Gevlij, vleien: in het gevlij komen. Iemand vleien.
Inwijden, uitweiden, uitwijden: iemand inwijden in een geheim; een gebouw inwijden; iemand kan flink uitweiden (breedsprakig zijn) over een gebeurtenis.
Peil, pijl: er valt geen peil op te trekken. Spelen met pijl en boog.
peiler, pijler: een peiler van illegale zenders. Een pijler van een brug.
Reizen, rijzen: naar het buitenland reizen. De pan uit rijzen.
Steiger, steigeren, afstijgen, stijgen, stijger: gebouwen staan in de steigers. Paarden steigeren. Ruiters stijgen af. Omzetten stijgen. De grootste stijger op de beurs.
Twijfelen, weifelen: hij twijfelde aan het nut van de aankoop. Hij weifelde dan ook even voor hij de winkel binnenging.
Uitweiden, uitwijden, inwijden: iemand kan flink uitweiden (breedsprakig zijn) over een gebeurtenis. Een trui kan door onhandig gebruik uitwijden. Iemand inwijden in een geheim; een gebouw inwijden.
Vleien, vlijen: een hooggeplaatste vleien (naar de mond praten). Zich naast een geliefde vlijen (gaan liggen). Maar het is: in het gevlij komen (in de gunst komen).
Weids, wijd: een weids uitzicht, een weids gebaar. Een jas met een wijde mouw.
Fijn. Hadden de lezers anders nog iets?
Ja, dit:

En dit, uit een repo over een inval in een kunsthandel in New York, 18 april:

En hierrr, uit een profieltje van Winston Gerschtanowitz:

Om met lezer Jos Cramer te spreken, die een van de daders kapittelde: ‘Waar ligt toch dat meer?’ Gaan we opzoeken. Dan zien we onder meer dat je dat los schrijft.
Jean-Pierre Geelen is beroepskijker van de Volkskrant