Ombudsvrouw Volkskrant over privacy

door vkredactieblog

Privacy is een dagelijks terugkerend thema in e-mails aan de Ombudsvrouw. Waarom moet een frauderende wetenschapper als Diederik Stapel met naam en foto in de krant? Hoe durft de krant te citeren uit privémails van het Kamerlid Mariko Peters? En waarom staat er een foto in de krant van de boerderij van Jasper S., de man die wordt verdacht van de moord op Marianne Vaatstra? ‘Een aanfluiting.’ ‘Ik dacht even dat De Telegraaf was bezorgd in plaats van de Volkskrant.’

Soms zijn de lezers wel een beetje preuts als het om privacy gaat. De boerderij van S. op de foto is nauwelijks groter dan een postzegel. Wie niet in Oudwoude woont, kan de plek op basis van dit plaatje onmogelijk traceren. En de achthonderd zielen die Oudwoude telt, weten hoe dan ook om welk huis het gaat. De vergelijking met De Telegraaf gaat mank. Daar werd niet alleen de boerderij levensgroot en herkenbaar afgebeeld, maar ook de verdachte zelf (met een flinterdun balkje voor de ogen).

Toch kan ik mij de verontrusting van lezers wel voorstellen, want de privacy van verdachten staat onder druk. Misdaadbestrijding gaat voor privacybescherming. De politie geeft regelmatig beelden vrij van verdachten voor publicatie. En internetsites als GeenStijl maken er een sport van de namen van verdachten zo snel mogelijk te achterhalen en te publiceren, inclusief foto’s en soms met huisadres (Sander V.). Dat past bij hun schandpaalmentaliteit.

De privacyregels van de Volkskrant zijn niet altijd even helder. In principe wordt een verdachte met zijn initialen aangeduid en niet herkenbaar in beeld gebracht. Publiekelijk aan de schandpaal genageld te worden, betekent voor de verdachte/dader extra straf. En dan zijn er nog familieleden die niet met de vinger nagewezen willen worden.

De uitzonderingen op de regel leiden soms tot verwarring. Een verdachte van wie de identiteit uit de context volstrekt duidelijk is (Geert W.) komt met zijn naam in de krant. Datzelfde geldt voor verdachten die de publiciteit zoeken, bijvoorbeeld via interviews (Marco Kroon). Gevoeliger ligt de uitzondering die de krant maakt voor verdachten die de schijnwerpers opzochten vóór ze in opspraak raakten, zoals Diederik Stapel en Don Poldermans. Met hen heeft de krant, onder het motto ‘hoge bomen vangen veel wind’, weinig clementie. Buitenlandse verdachten (Breivik, Dutroux) worden altijd bij naam genoemd, omdat andere landen verdachten bij naam noemen.

Deze ‘initialenregel’ is een richtlijn die de media zichzelf kort na de Tweede Wereldoorlog oplegden, onder druk van de politiek. De meeste media houden de richtlijn in ere, met dien verstande dat de voornaam wel vaak wordt prijsgegeven: Jasper S., Robert M. en Benno L.

De onderlinge afspraak ligt regelmatig onder vuur. Bij delicten die de natie schokten, zoals de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, laaide de discussie op of deze verdachten wel bescherming verdienden. Het praktische nut van de richtlijn neemt af. In kleine gemeenschappen als Oudwoude werkt hij niet, zeker niet bij zo’n dramatische zaak als Vaatstra. Vooral het feit dat de achternamen van verdachten over internet zwerven, ondergraaft de initialenregel. Op de redactie hoor ik weleens geluiden dat de krant de laatste der Mohikanen is.

Dat klopt niet. Vergelijkbare media als NRC en Trouw hanteren dezelfde richtlijn. Evenals de NOS en de meeste regionale kranten. De Telegraaf en AD zijn wispelturiger. De moordenaar van Theo van Gogh heet in De Telegraaf 315 keer Mohammed B. en 26 keer staat zijn achternaam erbij. Sommige media noemen alleen de achternaam van verdachten die overleden zijn, zoals die van Tristan van der V.

Op internet circuleren de namen van álle verdachten, dat klopt. Maar dat betekent niet dat ze algemeen bekend zijn. Zelfs op de redactie van de Volkskrant weten veel journalisten niet hoe Benno L. voluit heet, of Robert M.

De initialenrichtlijn is een goede zaak. Als de richtlijn niet wordt nageleefd door sites als GeenStijl, betekent dat niet dat de Volkskrant dat voorbeeld moet volgen. Elk medium maakt zijn eigen afweging. De richtlijn heeft niet meer zoveel praktische betekenis als in de jaren vijftig, dat is waar. Maar hij past bij de signatuur van de Volkskrant. Dat is óók een reden om hem in ere te houden.

Margreet Vermeulen – Ombudsvrouw Volkskrant

Advertenties