Beter: de maar-ziekte

door vkredactieblog

geelenDe taalpolitie vraagt uw aandacht voor het volgende…

Alweer?

Jazeker. De forensisch laboranten van de In- en Uit-desk slaan alarm. Er is een virus in omloop, dat van de gevreesde ‘maar-ziekte’.

De maar-ziekte?

De maar-ziekte. Een kwaal die sluipenderwijs de kolommen verovert en daar zijn vervuilende werk doet. Tot ergernis van gevoelige en vatbare zielen. 

Voorbeeld?

Hier, uit de krant van afgelopen zaterdag:

beter63_1

En hier, uit hetzelfde – overigens uitstekende – stuk:

beter63_22

Maar, maar… wat is daar mis mee dan?

Het woordje ‘maar’ is heel vaak overbodig. Het wordt vaak ten onrechte gebruikt, wanneer de gebruiker een tegenstelling suggereert die er helemaal niet is. Zie bovenstaande voorbeelden.

Komt het zo vaak voor dan?

De eindredactie struikelt er dagelijks over, ja. Nog een voorbeeldje:

beter63_2

Hier moet het ‘maar’ zelfs weg, maar de zin rammelt toch al. Uit hetzelfde – overigens ook weer uitstekende – stuk:

beter63_3

En die ‘maars’ kunnen dus allemaal weg?

Moeiteloos.

Is ‘maar’ niet te vervangen door ‘echter’?

Alsjeblieft niet. Wie zegt er in het dagelijks leven nou nog ‘echter’? We zijn een krant, geen wetenschappelijk tijdschrift.

Maarrrr, is dit niet gewoon een kwestie van de eindredactie die eh… maar beter moet opletten?

De eindredactie heeft de handen al vol genoeg. Ziehier (niet uit leedvermaak, maar om een praktijk te schetsen) wat er zoal uit de krant wordt gehouden, in deze fragmenten van een aangeleverd artikel:

beter63_4

Tsjonge. Dat vraagt om een anti-stofje. Misschien moeten we viroloog Ab Osterhaus eens bellen?

Doe maar.

Jean-Pierre Geelen is beroepskijker van de Volkskrant

Advertisements